Hieronder bespreek ik per opdracht hoe deze toets is gemaakt. Ik reflecteer hierbij per les hoe ik denk dat dit komt.
Ik heb telkens 3 opdrachten per les in de toets gezet.
Les 1 = opdracht 1,2,3
Les 2 = opdracht 4,5,6
Les 3 = opdracht 7,8,9
Vragen uit les 1:
1.Wat was de grens tussen de Romeinen en de Germanen in Nederland? Kleur het goede hokje.

Aantal fout 6
Aantal goed 11
2.Kijk naar het kaartje. Teken de Romeinse grens.

Aantal fout 1
Aantal goed 16
3.Lees de zinnen. Is het waar of niet waar? Omcirkel het goede antwoord.
De Romeinen bouwden een legerkamp aan de grens. Waar/nietwaar
Aantal fout 4
Aantal goed 13
De Germanen woonden al in Nederland voor de Romeinen kwamen. Waar/nietwaar
Aantal fout 5
Aantal goed 12
De Romeinen woonden in het noorden van Nederland. Waar/nietwaar
Aantal fout 5
Aantal goed 12
De Germanen bestonden uit heel veel stammen. Waar/nietwaar
Aantal fout 6
Aantal goed 11
Reflectie:
De vragen die te maken hadden met les 1 zijn dus redelijk gemaakt. Vooral vraag 2 is heel goed gemaakt. Ze hadden allemaal gekozen voor de Rijn. Ik denk dat ze dit goed hadden, omdat dit eigenlijk elke les terug kwam.
Vragen uit les 2:
4.De Romeinen leerden de Bataven van alles. Noem twee dingen.
Aantal goede antwoorden
0 goed - 4 kinderen
1 goed - 1 kind
2 goed - 12 kinderen
5.Hoe ziet het huis van de Romeinen eruit? Kleur het goede hokje.

Aantal fout 1
Aantal goed 16
6.Hoe heet het huis van de Romeinen?
Aantal fout 6
Aantal goed 11
Reflectie:
De vragen uit deze les zijn eigenlijk ook wel goed gemaakt. Er waren een aantal kinderen die het fout hadden, maar daarvan waren er 2 kinderen die dag niet op school. Verder viel het me mee dat veel kinderen wisten dat het huis van de Romeinen een villa heet, want ze vinden taal heel lastig en dit is een begrip.
Vragen uit les 3:
7.Zet de zinnen in de goede volgorde. 1 is het eerste gebeurd en 5 het laatste.
a. De Bataven en Romeinen leven in vrede met elkaar.
b. De Bataven komen in opstand.
c. De Romeinse keizer wil dat alle Bataven bij het Romeinse leger gaan vechten
d. Julius Civilis moet vluchten.
e. De Bataven branden legerkampen van de Romeinen plat.
Aantal fout 13
Aantal goed 4
8.Hoe ziet een Romeinse soldaat eruit? Schrijf 4 dingen op wat een Romeinse soldaat draagt.
Aantal goede antwoorden
0 goed - 1 kind
1 goed - 1 kind
2 goed - 0 kinderen
3 goed - 3 kinderen
4 goed - 12 kinderen
9.Wat is een legioen? Omcirkel het goede antwoord.
A Een groep Romeinse soldaten met een eigen uniform in het Romeinse leger.
B Een Romeinse soldaat die op een paard kan vechten.
C Een soort zwaard dat Romeinse soldaten gebruikten.
Aantal fout 4
Aantal goed 13
Reflectie:
Deze vragen zijn iets minder gemaakt. Ik had dit wel verwacht, vooral bij vraag 7. Ik heb de opstand namelijk vrij kort behandeld en dit alleen gedaan met een filmpje en daarna kort besproken. Ik moet hier de volgende keer dus meer aandacht aan besteden. Wel zijn de kinderen actief bezig geweest met het Romeinse uniform en veel kinderen konden deze vraag ook goed beantwoorden.
Leerpunten:
- Uit deze toets kan ik dus halen, dat de kinderen het meeste onthouden door herhaling. De vragen uit les 1 zijn beter te maken, doordat we deze leerstof in de andere lessen ook hebben behandeld. Ik zal dus de volgende keer weer veel gaan herhalen. Zo onthouden ze de leerstof het beste.
- Ook zijn de vragen goed gemaakt, waarbij we creatief aan de slag zijn gegaan. Dit is dus iets om te blijven doen in groep 6.
- Ook de vragen met afbeeldingen erbij zijn goed gemaakt, omdat wij ook veel visuele middelen hebben gebruikt in de lessen. Ik zal dus rekening moeten houden met dat als ik veel visuele beelden laat zien, ik ook visueel de vragen moet stellen. En ik zal dit ook duidelijk mondeling moeten uitleggen, want anders kunnen de kinderen dit zelf lastig verwoorden.
Dag Jasmijn,
BeantwoordenVerwijderenOok deze post levert aardig wat input weer op voor het actieonderzoek. Hou bouw je herhaling in je lessen in? Hoe zorg je er voor dat je zo veel mogelijk beeldend te werk kunt gaan?
Iets waar je een andere keer ook naar zou kunnen kijken is toetsing. Je hebt nu een toets gemaakt en je ziet dat sommige vragen bijna allemaal goed beantwoord zijn en andere bijna allemaal fout. Ligt dat alleen aan het aantal keren dat je het hebt aangeboden?