dinsdag 27 april 2010

Interactie analyse

Op Domstad moeten we nu naast het actieonderzoek ook een interactieanalyse maken. Dit is vanuit de universiteit. Voor de interactie analyse moet ik samen met een klasgenoot een film of geluidsfragment maken waarbij interactie voorkomt. Dit kan verbaal of non-verbaal zijn. Ik ga samen met Natasha hieraan werken. Wij hebben allebei een andere onderzoeksvraag voor ons actieonderzoek, maar we gaan dit combineren voor de interactieanalyse, zodat we dit beide kunnen gebruiken.

Ik onderzoek de betrokkenheid en Natasha onderzoekt haar taalgebruik. We hebben dit samengevoegd en we hebben een voorlopige vraag bedacht. Dit is:
Op welke manier gebruiken we onze verbale communicatie, zodat we de betrokkenheid van de kinderen verhogen in de middenbouw?

Ik kan dit goed gebruiken voor mijn actieonderzoek. Ik heb natuurlijk binnen mijn onderzoek gekeken naar de verschillende betrokkenheidsfactoren. De communicatie is hierin ook belangrijk. Ik denk dat ik dit kan laten vallen onder de factor Aanpassing aan niveau. Ik ga kijken hoe mijn taalgebruik past bij de groep en op welke manieren ik de kinderen betrokken houd en wanneer niet.

maandag 26 april 2010

Gesprek met Hans Broere over de betrokkenheidsfactoren

Ik heb een gesprek met Hans Broere gehad over hoe ik verder kan gaan met betrokkenheid in groep 6. Ik heb gekeken naar een aantal betrokkenheidsfactoren en hoe ik dit zou kunnen verwerken in mijn lessen. Ik heb de vorige cyclus gewerkt met de betrokkenheidsfactoren:
- activiteit
- aanpassing aan niveau

Nu zou ik kunnen gaan werken aan:
- sfeer en relatie
- leerlinginitiatief

Sfeer en relatie zou ik in mijn lessen naar voren kunnen laten komen door het samenwerken. Ik zou kunnen gaan kijken hoe dit gaat en in mijn les ze in tweetallen en in groepjes kunnen laten werken.

Leerlinginitiatief zou ik bijvoorbeeld in mijn lessen kunnen gebruiken:
- door de kinderen te laten kiezen uit verschillende activiteiten. Ik laat ze dan bijvoorbeeld kiezen uit een drama-activiteit, een BVO activiteit of iets anders. Het kan ook zijn dat ik ze laat kiezen uit 3 BVO activiteiten, maar met een ander onderwerp. Zo kunnen ze toch kiezen uit hun eigen interesse.
- door de kinderen zelf vragen te laten bedenken bij de tekst. Ze gaan dan beter de tekst lezen en het is zo geen invuloefening geworden. De kinderen lezen de tekst op hun eigen manier en kunnen zelf de belangrijkste punten eruit halen.
- door ze zelf te laten kiezen wat ze tekenen op hun kwartetspel. Ze mogen dit in een groepje bepalen en door te overleggen komen ze tot een beslissing. Ik geef ze wel een richtlijn en dat is dat het in de les aan bod moet zijn geweest.
- door ze zelf te laten kiezen over welk onderwerp ze lezen en zo expert in worden. Later kunnen ze dan de rest van de klas vertellen wat ze weten.

donderdag 22 april 2010

Reflectie met mijn mentor

Nu ik van groep ben gewisseld, wilde ik een goed beeld hebben van wat goed ging en waar ik op moet letten als ik in groep 6 geschiedenis ga geven. Ik had mijn mentor daarom een aantal vragen gesteld.

1. Sloten de lessen goed op elkaar aan? (Hoe kan ik dit beter doen?)
Ja, je merkjt dat het goed voor de kinderen was steeds terug te pakken naar de vorige les. Ze leren van herhaling.

2. Wanneer waren de kinderen het meeste betrokken?
Tijdens beeldbankfilmpjes en de groepsopdrachten.

3. Waar moet ik op letten als ik geschiedenis ga geven in groep 6 in vergelijking met groep 5?
Het niveau van de groep is anders. Kinderen in groep 6 zijn duidelijk breder georienteerd.

4. Welk onderwerp kan ik het best kiezen voor groep 6?
Aansluiten bij waar ze zijn gebleven. Ze hebben nu 5 lessen gehad dit jaar en deze gingen over de prehistorie. Nu kan ik het beste verder gaan met de Germanen en de Romeinen.

En nu?
Ik weet nu dus waarmee ik verder kan gaan. Er is op de Kubus nog een oude methode 'Blokboek geschiedenis 6'. Ze hebben hieruit 5 lessen geschiedenis gehad en ze kregen hier telkens een kopie uit en deze deden ze in een hoesje. In de methode zijn ze nu bij het onderwerp Germanen. Ik ga dus beginnen met de Germanen en ga dan verder met de Romeinen. Dit is dus hetzelfde als ik in groep 5 heb gedaan. Mijn lessen zullen er wel heel anders uit gaan zien. De opbouw zal er anders uit gaan zien. Ik ga namelijk de opbouw van de methode volgen en deze is anders dan ik in groep 5 heb gedaan. Ik ga ook proberen andere werkvormen te kiezen en sneller door de leerstof te gaan. Ook geef ik meer informatie in een les. Ze zijn namelijk duidelijk een jaar ouder en kunnen veel sneller de stof oppikken. Ik ga wel beginnen bij de eerste les met herhalen wat ze hebben gehad, zodat ze een basis hebben waar ik op voort kan gaan. Ook moet ik nog een tijdbalk maken, omdat ze deze in groep 6 nog niet hebben.

woensdag 21 april 2010

Planning voor de komende tijd

Ik heb nu bijna mijn eerste cylcus doorlopen. Ik heb de punten op een rijtje gezet wat ik nog moet doen om dit af te ronden. Ook heb ik alvast gekeken hoe ik de volgende cyclus wil gaan aanpakken. Hieronder beschrijf ik de stappen die ik ga zetten.

Wat moet nog gebeuren om mijn eerste cylcus af te ronden?
- Feedback van mijn mentor over de 3 geschiedenislessen.
- Reflectie op de feedback van mijn mentor.
- Leerpunten maken om de betrokkenheid in groep 6 te verhogen. Hierbij gaat het om vragen als 'Wat neem ik mee uit de lessen in groep 5?' en 'Wat kan ik nog verbeteren?' en 'Op welke manier kan ik nog meer de betrokkenheid verhogen?'.

Wat ga ik doen voor mijn tweede cyclus?
- Onderwerp bepalen voor de geschiedenislessen in groep 6.
- Informatie zoeken over dit onderwerp in methodes.
- Theorie zoeken over de betrokkenheidsfactoren.
- Doelen voor mijn lessen bepalen.
- Werkvormen kiezen.
- Lesvoorbereidingen maken.
- Lessen uitvoeren
- Reflecteren op deze lessen.
- Feedback vragen aan mijn mentor en aan groep 6.

Wat hebben de kinderen van mijn lessen onthouden?

Ik wilde erachter komen of de kinderen na mijn lessen ook nog iets hadden geleerd. Ik heb een toets gemaakt met behulp van de methode Brandaan. Deze methode had ik ook gebruikt voor het maken van mijn lessen. Ik heb de vragen aangepast, zodat ze overeen kwamen met mijn eigen doelen. Ik heb de kinderen de toets gegeven en daarna de antwoorden geanalyseerd.
Hieronder bespreek ik per opdracht hoe deze toets is gemaakt. Ik reflecteer hierbij per les hoe ik denk dat dit komt.
Ik heb telkens 3 opdrachten per les in de toets gezet.
Les 1 = opdracht 1,2,3
Les 2 = opdracht 4,5,6
Les 3 = opdracht 7,8,9

Vragen uit les 1:
1.Wat was de grens tussen de Romeinen en de Germanen in Nederland? Kleur het goede hokje.


Aantal fout 6
Aantal goed 11

2.Kijk naar het kaartje. Teken de Romeinse grens.



Aantal fout 1
Aantal goed 16


3.Lees de zinnen. Is het waar of niet waar? Omcirkel het goede antwoord.

De Romeinen bouwden een legerkamp aan de grens. Waar/nietwaar

Aantal fout 4
Aantal goed 13

De Germanen woonden al in Nederland voor de Romeinen kwamen. Waar/nietwaar

Aantal fout 5
Aantal goed 12

De Romeinen woonden in het noorden van Nederland. Waar/nietwaar

Aantal fout 5
Aantal goed 12

De Germanen bestonden uit heel veel stammen. Waar/nietwaar

Aantal fout 6
Aantal goed 11

Reflectie:
De vragen die te maken hadden met les 1 zijn dus redelijk gemaakt. Vooral vraag 2 is heel goed gemaakt. Ze hadden allemaal gekozen voor de Rijn. Ik denk dat ze dit goed hadden, omdat dit eigenlijk elke les terug kwam.

Vragen uit les 2:

4.De Romeinen leerden de Bataven van alles. Noem twee dingen.

Aantal goede antwoorden
0 goed - 4 kinderen
1 goed - 1 kind
2 goed - 12 kinderen

5.Hoe ziet het huis van de Romeinen eruit? Kleur het goede hokje.



Aantal fout 1
Aantal goed 16

6.Hoe heet het huis van de Romeinen?

Aantal fout 6
Aantal goed 11

Reflectie:

De vragen uit deze les zijn eigenlijk ook wel goed gemaakt. Er waren een aantal kinderen die het fout hadden, maar daarvan waren er 2 kinderen die dag niet op school. Verder viel het me mee dat veel kinderen wisten dat het huis van de Romeinen een villa heet, want ze vinden taal heel lastig en dit is een begrip.

Vragen uit les 3:


7.Zet de zinnen in de goede volgorde. 1 is het eerste gebeurd en 5 het laatste.
a. De Bataven en Romeinen leven in vrede met elkaar.
b. De Bataven komen in opstand.
c. De Romeinse keizer wil dat alle Bataven bij het Romeinse leger gaan vechten
d. Julius Civilis moet vluchten.
e. De Bataven branden legerkampen van de Romeinen plat.

Aantal fout 13
Aantal goed 4

8.Hoe ziet een Romeinse soldaat eruit? Schrijf 4 dingen op wat een Romeinse soldaat draagt.


Aantal goede antwoorden
0 goed - 1 kind
1 goed - 1 kind
2 goed - 0 kinderen
3 goed - 3 kinderen
4 goed - 12 kinderen

9.Wat is een legioen? Omcirkel het goede antwoord.
A Een groep Romeinse soldaten met een eigen uniform in het Romeinse leger.
B Een Romeinse soldaat die op een paard kan vechten.
C Een soort zwaard dat Romeinse soldaten gebruikten.

Aantal fout 4
Aantal goed 13

Reflectie:
Deze vragen zijn iets minder gemaakt. Ik had dit wel verwacht, vooral bij vraag 7. Ik heb de opstand namelijk vrij kort behandeld en dit alleen gedaan met een filmpje en daarna kort besproken. Ik moet hier de volgende keer dus meer aandacht aan besteden. Wel zijn de kinderen actief bezig geweest met het Romeinse uniform en veel kinderen konden deze vraag ook goed beantwoorden.

Leerpunten:
- Uit deze toets kan ik dus halen, dat de kinderen het meeste onthouden door herhaling. De vragen uit les 1 zijn beter te maken, doordat we deze leerstof in de andere lessen ook hebben behandeld. Ik zal dus de volgende keer weer veel gaan herhalen. Zo onthouden ze de leerstof het beste.
- Ook zijn de vragen goed gemaakt, waarbij we creatief aan de slag zijn gegaan. Dit is dus iets om te blijven doen in groep 6.
- Ook de vragen met afbeeldingen erbij zijn goed gemaakt, omdat wij ook veel visuele middelen hebben gebruikt in de lessen. Ik zal dus rekening moeten houden met dat als ik veel visuele beelden laat zien, ik ook visueel de vragen moet stellen. En ik zal dit ook duidelijk mondeling moeten uitleggen, want anders kunnen de kinderen dit zelf lastig verwoorden.

Reflectie met groep 5

Vandaag was ik echt voor het laatst in groep 5. Ik heb alles afgerond om te kunnen beginnen in groep 6.
Voor mijn onderzoek moest ik nog een aantal dingen met de klas doen:
- Reflecteren op de 3 geschiedenislessen.
- Een toets geven om te kijken of ze iets hebben geleerd.

Hieronder bespreek ik dit eerste punt.
Ik ben begonnen met een gesprekje over wat ze vonden van de geschiedenislessen en wat ik nog beter kan doen voor als ik naar groep 6 ga.
Hieronder staan de punten die de kinderen mij hebben meegegeven.

Punten die heel goed gingen volgens de kinderen:
- De Romeinenlessen waren erg leuk.
- Sommige kinderen vonden alles leuk en ik hoefde niets veranderen.
- De uniforms maken van de Romeinse soldaten was erg leuk.
- Het bouwen van de legerkampen was heel leuk.
- Het tekenen van het leven van de Romeinen of Germanen was leuk.
- Het leukste was dat er twee Romeinen in de klas waren. Dit moet ik ook doen in groep 6.

Punten om te verbeteren volgens de kinderen:
- Ik kan soms nog wat beter uitleggen hoe ze de opdrachten moeten doen.
- Bij het werkblad vonden ze het lastig om de betekenissen van de Latijnse woorden te raden.
- Bij het werkblad maken, vonden ze de verschillen zoeken niet zo leuk.
- De werkbladen vonden ze het minst leuk van de lessen.
- Het was jammer dat er zo weinig tijd was voor het tekenen van het leven van de Romeinen of de Germanen.
- In groep 6 kan ik misschien ook andere onderwerpen gaan behandelen.

Wat ga ik met de feedback doen?
Ik ben het eigenlijk helemaal eens met de kinderen. Ik vond de creatieve opdrachten het leukste en de kinderen waren daarbij het meest betrokken. Ook merkte ik heel goed dat de kinderen de Romeinen in de klas heel leuk vonden, omdat ze toen moesten lachen en het was toen heel gezellig en ze deden ook goed mee.
De werkbladen heb ik gedaan om de kinderen met de leerstof bezig te laten zijn. Ik vond dit ook het minst leuk, maar ze leren hier wel van. Ook hebben ze dit toen wel heel goed gemaakt. Ik zal dit waarschijnlijk nog wel gaan gebruiken, maar daarnaast ook elke keer iets leuks erbij doen.
Ook klopt het dat de kinderen weinig tijd hadden bij het tekenen. Dit vond ik zelf ook vervelend. Ik wil vaak heel veel dingen doen in een les en daar heb ik gewoon te weinig tijd voor. Ik zal dus nog iets beter keuzes moeten maken.
Ook was ik van plan in groep 6 een ander onderwerp te kiezen dan de Romeinen. De Romeinen waren heel erg leuk, alleen ik zou nu graag ook iets anders willen proberen.

dinsdag 20 april 2010

Gesprek Gerard Dummer op Domstad

Ik heb een gesprek gehad met Gerard Dummer op Domstad. Ik had een aantal vragen om verder te gaan met mijn onderzoek. Samen met hem en een medestudente heb ik hiernaar gekeken en een antwoord hierop gevonden.

- Hoe kan ik verder gaan met mijn onderzoek in een andere groep?

Ik kan dit op een aantal manieren doen.
Betrokkenheid kan op verschillende manieren worden bevorderd.
De betrokkenheidsfactoren zijn:
- de activiteit
- aanpassen aan het niveau
- werkelijkheidsnabijheid
- sfeer en relatie
- leerlinginitiatief

Ik ben in groep 5 vooral bezig geweest met verschillende werkvormen. Dit heeft te maken met de activiteit. Verder heb ik rekening gehouden met de leerstijlen. Dit heeft te maken met het aanpassen aan het niveau.

Manier 1:
Ik ga in groep 6 op dezelfde manier verder als in groep 5. Ik ga kijken of ik in groep 6 met dezelfde werkvormen de kinderen ook betrokken kan houden of dat daar andere werkvormen bij horen. Ook ga ik weer kijken naar de leerstijlen en hoe ik dit kan gebruiken in groep 6. Ik maak dus gebruik van dezelfde betrokkenheidsfactoren maar in een andere situatie.

Manier 2:
Ik heb in groep 5 de betrokkenheid verhoogt door de activiteit en het aanpassen aan niveau. Nu zijn er nog 3 andere betrokkenheidsfactoren. Dit zijn sfeer en relatie, werkelijkheidsnabijheid en leerlinginitiatief. Ik kan nu gaan kijken of ik in groep 6een van die andere factoren kan gebruiken.

De keuze tussen deze manieren gaat afhangen van het onderwerp en ik ga dit met mijn mentor overleggen.

- Hoe kan ik 2 cyclussen doorlopen?
In groep 5 heb ik 3 lessen gegeven en daarbij gekeken naar de betrokkenheid. Deze 3 lessen horen bij de eerste cyclus. Ik heb hier op gereflecteerd en ik kan dit mee nemen naar de volgende groep. In groep 6 ga ik ook proberen 3 lessen te geven en dit wordt dan de tweede cyclus.